
Geplaatst 1 september 2026, 18:31 uur, door Antoon Berentsen (werkgroep Dialect)
De oelewapper staat -zelfs met kaartje van vindplaatsen- in het Woordenboek van de Achterhoekse en Liemerse Dialecten (WALD). Onder het kopje “Uulskuken” vinden we 131 benamingen voor wat we in het algemeen of standaard Nederlands sufferd, domoor noemen. Een kostelijke lijst, dus werp er eens een blik op via de online-versie op https://shorturl.at/NDqr0 Henk Harmsens woordenboek ‘n Trop Barghse Weurd noteert de twee vormen oelewappert en oelewampert. >>>