Woord van de Maond september 2026: oelewapper

Geplaatst op dinsdag 1 september 2026 om 18:31 — Laatst bijgewerkt op dinsdag 1 september 2026 om 16:41

De oelewapper staat -zelfs met kaartje van vindplaatsen- in het Woordenboek van de Achterhoekse en Liemerse Dialecten (WALD). Onder het kopje “Uulskuken” vinden we 131 benamingen voor wat we in het algemeen of standaard Nederlands sufferd, domoor noemen. Een kostelijke lijst, dus werp er eens een blik op via de online-versie op https://shorturl.at/NDqr0 Henk Harmsens woordenboek ‘n Trop Barghse Weurd noteert de twee vormen oelewappert en oelewampert.

Maar de vraag dient gesteld: Is dit wel een dialectwoord? Omdat wij met onze HKB-dialectwerkgroep als bewerkers van ‘n Trop Barghse Weurd deze vraag heel vaak moesten stellen en dus beslissen over opname van die woorden in het nieuwe online-woordenboek dat binnenkort op berghapedia.nl verschijnt, hier toch een paar woorden over het vrij onschuldige oelewapper.

Ons dialect is een dialect van het Nederlands. Dat merk je heel goed als je met dialectsprekers plat praot. De meeste woorden in zo’n gesprek zijn dan ‘gewoon’ Nederlands. Als de dialectspreker haar/zijn dialect goed beheerst en er waarde aan hecht om dat ook te laten blijken, vlecht zij/hij zo veel mogelijk typische dialectwoorden er doorheen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het rijtje hötje-duk-kats-smach dat ik in deze rubriek in april 2023 besprak.

Het komt echter regelmatig voor dat dialectsprekers menen dialect te spreken en dat feitelijk niet doen. We kwamen in ‘n Trop Barghse Weurd woorden tegen die dialect leken, maar na raadpleging in de nu online veelvuldig beschikbare bronnen ‘gewoon’ (of verouderd) Nederlands bleken. Is oelewapper ook zo’n woord? Het woord -al dan niet met een d of een t of helemaal zonder die medeklinker aan het eind geschreven- komt inderdaad in alle Liemerse Telgen van het WALD en ook in het Didamse “Zo zegge wi-j dah in Die:m” voor.

Volgens het online beschikbare archief Delpher van de Koninklijke Bibliotheek is het woord nog vrij jong. De eerste vermelding is van 8 juni 1941. Voor ons van belang is dat dit gebeurde in de in Doetinchem verschijnende Graafschap-bode. Daarin wordt een bakker uitgemaakt voor oelewapper. Het woord zou dus zo aan het Achterhoekse of Liemerse woord voor uil kunnen refereren. Echter de woordvorm met een oe komt heel breed in Nederlandse dialecten voor. De klank oe is immers veel ouder dan de ui. (zie: Nicoline van der Sijs, Waar komt de ui vandaan?). En volgens taalkundige Ewoud Sanders die er in het jaar 2001 de lezers van de NRC naar vroeg, werd het woord oelewapper al in de jaren twintig van de vorige eeuw al gehoord.

Ons Woord van de Maond laat zich lastig of niet verklaren, al doorkruisen we heel het land. Het Sittardse en Roermondse oele zou teruggaan op het Latijnse aula of olla (‘pot’). Wapper zou dan van het werkwoord wapperen komen. Een pottenbakker is immers iemand die met zijn ‘wapperende’ handen een kruik of pot maakt van klei. Maar in Maastricht en Venlo komen daar ook de betekenissen klein/onhandig persoon en ‘domme vrouw’ bij. Echter ... het woord kan ook uit het Fries komen: ûlewapper is een grote nachtvlinder (ook de uil is immers een nachtvogel en beide wapperen met hun vleugels), maar heeft ook de figuurlijke betekenis sul, sukkel. Denk ook aan het andere -vriendelijke- scheldwoord uilskuiken.

De negatieve klank van het woord uil (oel – uul) in de Nederlandse taal is opmerkelijk, juist omdat het dier bij de oude Grieken groot aanzien genoot. Het tijdschrift Onze Taal schrijft daarover: “Uit het Woordenboek der Nederlandsche Taal blijkt dat uil vroeger als scheldwoord werd gebruikt, onder meer voor ‘sukkel’, ‘botterik’, ‘vlegel’ en ‘onbeduidend persoon’. (…) Mogelijk werd de wat wezenloze, starende blik van het dier gezien als teken van domheid.”( Overigens komt die negatieve betekenis in onze buurtaal Duits niet voor!)

Volgens het Woordenboek van Populair Taalgebruik was het woord vooral in de jaren zestig populair. Die populariteit werkt nog na, want het komt ook en nog steeds in de Kleine Van Dale voor.

Een fladderig woord kwam zo ook -onder valse voorwendselen zogezegd- ons Trop Barghse Weurd binnengevlogen!


Woord van de maond

Tekst: Antoon Berentsen (werkgroep Dialect)

Deel deze pagina