Woord van de Maond oktober 2026: eur
Geplaatst op vrijdag 2 oktober 2026 om 9:13 — Laatst bijgewerkt op vrijdag 2 oktober 2026 om 7:19
Het dialect, we zagen het in deze rubriek vaker, kan oudere vormen van de taal afbeelden. Dat zien we ook deze maand weer met het Woord van de Maond eur dat in algemeen of standaard-Nederlands haar betekent. Ons eur mist echter een h. Die eerste letter is er, zo leert de etymologie, er later aangeplakt. Wij spreken het woord dus zo uit zoals we ook uur en oor uitspreken.
Ons eur is qua betekenis een stuk rijker als het Nederlandse haar. Het woord is grammaticaal niet alleen zowel een persoonlijk als een bezittelijk voornaamwoord (Wi-j hemme eur net gezie:n; zi-j het eur heur rood gevarf!), maar je kunt het ook voor een meervoudsvorm gebruiken: Zi-j hemme eur kindere allemaol butelandse name gegeve.
Het woord komt volgens de regionale woordenboeken in heel Oost-Nederland voor. In het woordenboek van Gennep (Limburg, maar in het oude Gelderse Overkwartier, dus Kleverlands taalgebied) vinden we de zin: Ik zal eur nog ’n bótteram smèère. Gèf eur tas koffie mar ân mien. In “De woordenschat van ’t Groesbeeks”: ’t is wé:l van eu.r, daa ge ’t mar wet. In Westervoort is Dieneke eur haore an ’t kamme. In het Gendringse woordenboek wordt gevraagd: Motten wi-j die luj niet bi-jstaon in eur nood? De bekende uit Gaanderen afkomstige streekromanschrijver Herman van Velzen (pseudoniem voor Frans Roes) schreef in 1945: Moder tast veur ‘t richel nao de slöttel van vrouw Jansen eur huus.
De variant mèt h komt uiteraard ook veelvuldig voor; in zowel zuidelijke als noordelijke provincies, al is niet altijd goed te beoordelen of die h wel of niet wordt uitgesproken. In het Overijsselse Ommen vinden we: Hendekien vertellen mi’j ok dat heur zusters Dina en Garregie geboren bin tin dat huus en ok heur jongste breur Hendrieks. In Tilburg roept men uit: Heur heur! en concludeert men dan vervolgens toch: Ik vèèn heur wel ’n aorig medje...
Een andere variant is de koppeling met -lui, net zo als in het standaard-Nederlandse jullie dat is samengesteld uit je en lui (lieden). Wij lezen in het in 1982 verschenen ‘n Trop Barghse Weurd de meervoudsvorm eurlie in de betekenis van hen, hun: Bi-j eurlie hemme ze ‘n auto. Deze variant komt in de meeste Liemerse woordenboeken voor, maar na- en doorvragen in Bergh levert op dat die niet (meer) voorkomt. Daarom wordt eurlie in het nieuwe Woordeboek van ’t Barghs/Woordenboek van het Berghs dat eind van deze maand in de online-encyclopedie Berghapedia verschijnt, niet meer vermeld.*
Dat de h van haar niet de oorspronkelijke versie en ons eur dus ouder is, wordt duidelijk uit het bestuderen van de herkomst van het woord. Als we teruggaan naar het Latijn, dan vinden we daar de vorm eius. Zonder h. kh.In het Oudnederlands van de 10e eeuw verschijnt het woord zoals het ook in het Duitse ihr nog klinkt. We lezen dat ōron iro de betekenis had van haar oren. Maar al rond 1100 verschijnt die h in hiro. In het Middelnederlands van weer bijna 200 jaar later wordt dat haer of ook huer.
Uit een tekst van het jaar 1285 blijkt daar het woord toen ook gebruikt werd in de betekenis van zich: de fontejne deelt haer daer in vieren rivieren (de bron splitst zich daar in vier rivieren). [De historische combinatie ae dient overigens als aa uitgesproken te worden. De e is net als de i vaak een verlengingsteken, zoals te horen is in de boektitel Van den vos Reynaerde of ook gewoon in plaatsnamen als Loil en Oirschot.] Bovendien werd het woord vroeger -net als ons eur- ook voor de meervoudsvorm gebruikt. Pas in het Nieuwnederlands sinds de 16e eeuw, en dan nog eerst alleen in de schrijftaal, werd het grotendeels vervangen door hun.
* zie: https://heemkundekringbergh.nl/agenda/23-10-2026-hkb-cafe-dialect/
Tekst: Antoon Berentsen (werkgroep Dialect)







