Woord van de Maond maart 2026: joegjachtere

Geplaatst op maandag 2 maart 2026 om 18:53 — Laatst bijgewerkt op maandag 2 maart 2026 om 21:06

“ 't Is krek zoiets as dauwelen, mor minder storend, meer uutgelaoten”, ons Woord van de Maond maart joegjachtere. Het voorstel kwam van onze ‘verre neef’ uit Helsinki. Hij kende het vanuit zijn geboorteplaats Sinderen als joechteren.

Volgens de vertaling van Henk Harmsen in ons Berghse woordenboek ‘n Trop Barghse Weurd betekent joegjachtere zoveel als rumoeren, jagen. Goed voorstelbaar, want het jagen zit zowel in joeg als in jachtere. Het werkwoord jagen heeft twee verleden tijden: jaagde en joeg. De eerste betekent op jacht zijn. De tweede betekenis is verdrijven/wegjagen. Het werkwoord jachten drukt uit dat iemand grote haast heeft.

Joegjachtere wordt in ons woordenboek vergezeld van een voorbeeldzin, waaruit de enigzins negatieve (gehaaste!) betekenis duidelijk wordt: Wat bu'j toch weer an 't joegjachtere. Hol ow toch röstig. In de woordenboeken van zowel Didam als van het Gelders Eiland wordt het net zo gezien en vertaald met donderjagen. Verderop in het Kleverlands (Noord-Nederfrankisch) dialectgebied dezelfde lading: als joegjache (Gent) en joegjakke in Groesbeek. Daar wordt een baldadige hangjongere als joegjak betiteld.

Iets milder echter in Wehl. In de zin Die vrollie liepen mien toch te joechteren betekent ons werkwoord zoiets als drukte maken. Zo komen we langzaam in de richting van Sinderen en het Nedersaksisch dialectgebied. Daar namelijk is joechteren of, zoals in Groningen, juchtern een stuk positiever in zijn betekenis.

Bliedschop kin zo groot worren, dat ze (kinderen) aan 't juchtern raken. Uit dit zinnetje in een Groningse krant uit 1949 blijkt dat de betekenis is: op luidruchtige wijze zijn blijdschap uitleven, dartelen, joelen, stoeien. “Meer uitgelaten”, dus, zoals verre neef het uitdrukte. Vergelijkbare uitlatingen vinden we in Aalten en Winterswijk (luidruchtig vrolijk zijn).

Op deze manier wordt ook de herkomst van joegjachtere verklaarbaar. Het woord lijkt een combinatie van juichen (in het Middelnederlands is jucht een uitroep van vreugde) en jagen (druk heen en weer lopen). Daaruit is die van draven, ravotten, schreeuwen als uiting van vreugd en levenslust als vanzelf voortgekomen. Misschien wordt de iets minder juichende Kleverlandse betekenis wel onderstreept door het pleonasme (dubbelzegging) dat de combinatie van joeg en jachtere immers is.

Het door verre neef genoemde dauwelen overigens vinden we in de Achterhoek en Twente inderdaad als kammeraodschappeleke meneer van vechten. Allemaal woorden die elkaar vriendelijk raken!

Tekst: Antoon Berentsen (werkgroep Dialect)

Deel deze pagina